Vanaf 2025 komt er een belangrijke verandering in box 3: belastingplichtigen kunnen straks aantonen dat hun werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. Met het Wetsvoorstel Wet tegenbewijsregeling box 3, dat op 14 maart 2025 is ingediend bij de Tweede Kamer, wordt het belastingstelsel eerlijker en meer in lijn gebracht met uitspraken van de Hoge Raad. Goed nieuws voor wie wil besparen op belasting.
Wat houdt de Wet tegenbewijsregeling box 3 in?
In meerdere arresten heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de belastingheffing in box 3 alleen mag plaatsvinden over het daadwerkelijk behaalde rendement als dat lager is dan het forfaitair rendement. De belastingplichtige moet dit wel aannemelijk maken. De regering komt hieraan tegemoet met het wetsvoorstel dat het mogelijk maakt om via een standaardformulier – het “Opgaaf werkelijk rendement” – tegenbewijs te leveren.
De regeling geldt met terugwerkende kracht vanaf 2017. Voor de jaren 2017–2022 wordt de regeling verwerkt in de Wet rechtsherstel box 3, voor 2023 en later in de Wet IB 2001. Belasting wordt dus voortaan geheven over het daadwerkelijke rendement op je vermogen – inclusief rente, dividend, huurinkomsten, én waardemutaties.
Voordelen van de tegenbewijsregeling
- Eerlijkere belasting: je betaalt alleen belasting over wat je echt hebt verdiend, niet over een fictief rendement.
- Terugwerkende kracht tot 2017: ook oude aanslagen kunnen herzien worden.
- Ruimte voor maatwerk: elke situatie is uniek, en dat wordt nu erkend in de wet.
- Ook voor fiscale partners: gezamenlijk rendement wordt naar rato verdeeld, wat voordelig kan uitpakken.
- Rekening met schulden: rente over box 3-schulden telt mee als negatief rendement.
Voorbeeld: hoe werkt dit in de praktijk?
Stel, je begint 2024 met €100.000 aan box 3-vermogen: €50.000 op je spaarrekening en €50.000 aan aandelen. In de loop van het jaar stort je €45.000 aan salaris, ontvang je €400 rente, en maak je €40.000 aan privé-uitgaven. Eind 2024 heb je €55.400 op de bank en zijn je aandelen €60.000 waard. Je eindvermogen is dus €115.400.
De vermogensaanwas is €15.400. Daar trek je de stortingen van af (€45.400) en tel je de onttrekkingen bij op (€40.000). Je werkelijke vermogensaanwas komt dan uit op €10.000, plus €400 rente = €10.400 aan werkelijk rendement.
In plaats van het forfaitaire rendement van ±6%, wordt je belasting dus geheven over je échte rendement – wat in dit voorbeeld flink kan schelen.
Laat je adviseren door een expert
Het berekenen van je werkelijke rendement is geen eenvoudige klus. Het vereist inzicht in je gehele financiële situatie, inclusief schulden, beleggingen, huurinkomsten en waardestijgingen. Onze belastingexperts helpen je hier graag bij.
Plan vandaag nog een gratis adviesgesprek in en ontdek hoeveel belasting je kunt terugkrijgen of besparen.
Veelgestelde vragen over het Wetsvoorstel tegenbewijsregeling box 3
1. Geldt deze regeling ook voor voorgaande jaren?
Ja, de regeling werkt terug tot 2017. Voorwaarde is dat de aanslag nog niet definitief is, of dat er op tijd bezwaar is gemaakt.
2. Wat telt mee als werkelijk rendement?
Rente, dividend, huur, pacht, vermogenswinst én waardestijgingen (ook ongerealiseerd) tellen allemaal mee.
3. Mag ik negatieve rente op spaargeld aftrekken?
Ja, dat geldt als negatief regulier voordeel en mag in mindering worden gebracht op het rendement.
4. Hoe werkt het bij fiscale partners?
Het gezamenlijke rendement wordt naar rato van het vermogen verdeeld over beide partners.
5. Moet ik zelf de hele berekening maken?
Nee, de Belastingdienst stelt een formulier beschikbaar (juli 2025) waarin je alle gegevens invult. De berekening wordt op basis daarvan gemaakt.